Astronomie

Uranus, Neptunus en Pluto

Twee heldere nachten nuttig besteed! Voor het eerst de verre dwergplaneet Pluto kunnen vastleggen. Iets wat al heel lang op mijn wensenlijstje stond. Omdat Pluto zo klein is (2300 km) en zo ver weg staat (momenteel 4,9 miljard km), is ze zeer lichtzwak. Met magnitude +14,5 op de uiterste limiet van mijn telescoop (Celestron C8) en dan alleen nog fotografisch.

Daarbij staat Pluto deze jaren erg laag in het zuiden, maximaal zo’n 16 graden boven de horizon. De atmosfeer werkt dan dus ook niet mee.

De eerste nacht vond ik inderdaad een zwak object op de plaats voorspelt door een planetariumprogramma. Maar als we het natuurlijk helemaal goed willen doen, dan maken we de nacht erop nog een set opnamen om te kijken of het object inderdaad verplaatst t.o.v. de achtergrondsterren. En dat bleek het geval te zijn!

Dit is dezelfde methode die Clyde Tombaugh gebruikte toen hij Pluto in 1930 ontdekte m.b.v. de zogenaamde “blink” methode. Een klein beetje as van Tombaugh bevindt zich aan boord van de in 2006 gelanceerde New Horizons die in juli 2015 langs Pluto vloog. Mijn naam staat op een CD-ROM aan boord van New Horizons (zo lang volg ik de missie al!) en in 2015 heb ik nog een artikel gewijd aan de Pluto flyby voor het tijdschrift Ruimtevaart van de NVR.

Ik heb dus wel iets met Pluto dus!

… en met -220 °C lijkt het me nu ook wel een aanlokkelijk alternatief voor de huidige hittegolf…pfff….


Op dezelfde nachten heb ik ook van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de planeten Uranus en Neptunus vast te leggen. Ik heb hiervoor dezelfde methode gebruikt als bij Pluto, maar omdat Uranus en Neptunus met respectievelijk magnitude +6,0 en +7,8 een flink stuk helderder zijn, een stuk makkelijker te fotograferen.

Bij Uranus heb ik twee van de vijf grote manen kunnen vastleggen, en omdat er één dag tussen beide opnamen zitten, zie je ze mooi om de planeet draaien. Let ook op hoe de planeet zelf zich verplaatst t.o.v. de achtergrondsterren. Vergelijken met de gegevens in een planetarium programma laat zien dat dit de manen Oberon en Titania zijn.

Neptunus staat verder van de Zon als Uranus en hoewel nagenoeg even groot, wat zwakker. Ook is de eigenbeweging t.o.v. de achtergrond kleiner. Ook ben ik erin geslaagd de grootste maan van Neptunus, Triton, vast te leggen.

Het valt op dat Triton precies de andere kant op draait dan de manen van Uranus. Dit heeft te maken met de zogenaamde retrograde beweging; een aanwijzing dat Triton ooit na haar ontstaan door Neptunus ingevangen is. Triton zou haar oorsprong vinden in de Kuipergordel, en is een vergelijkbaar object als Pluto.