Bericht uit de Ruimte

Bericht uit de ruimte – Nummer 31

Bericht uit de ruimte is een periodieke nieuwsbrief met een overzicht van het actuele ruimtevaartnieuws, en verschijnt ongeveer om de twee weken. De in de nieuwsbrief genoemde tijden zijn gegeven in GMT (Greenwich Mean Time).

Mensen in de ruimte

Het ISS wordt momenteel bewoond door Expeditie-6, bestaande uit de Amerikanen Ken Bowersox en Don Pettit en de Rus Nikolai Budarin. Zij zouden begin maart met de shuttle Atlantis naar de aarde terugkeren, maar als gevolg van het Columbia ongeluk zullen ze nu begin mei met de aan het ruimtestation afgemeerde Soyuz TMA-1 capsule landen. Kort hiervoor, op 26 april, zal de Soyuz TMA-2 gelanceerd worden met de Expeditie-7 bemanning bestaande uit de Rus Yuri Malenchenko en de Amerikaan Edward Lu. Zij zullen ongeveer een half jaar aan boord van het ISS verblijven. Hoofdtaak van de nieuwe bemanning zal zijn het operationeel houden van het ISS.

Het ongeluk met de shuttle Columbia houdt in dat de komende tijd alleen tweekoppige bemanningen in het ruimtestation zullen wonen. Daarom oefenden Bowersox en Pettit op 24 februari een aangepaste procedure om zelfstandig hun ruimtepakken aan en uit te doen in de krappe ruimte van de Quest luchtsluismodule. Daarbij werden alle regels in acht genomen zoals bij een gewone ruimtewandeling met uitzondering van het daadwerkelijk openen van het buitenluik. De reden voor deze oefening is dat als er geen derde persoon aan boord van het station is, er geen assistentie verleend kan worden aan de ruimtewandelaars. Missieregels schrijven namelijk voor dat ruimtewandelingen altijd met twee personen worden uitgevoerd. Mocht er dan een van hen geïmmobiliseerd raken, dan moet zijn collega hem zonder hulp van buitenaf naar binnen kunnen brengen. Hoewel, er geen ruimtewandelingen gepland zijn voor de periode dat er maar twee astronauten aan boord zijn, zou het door onvoorziene omstandigheden een eventuele reparatie buiten het station toch noodzakelijk kunnen worden.

NASA heeft bekendgemaakt dat de shuttlevluchten mogelijk in de herfst van dit jaar weer hervat zouden kunnen worden. Hierbij moet wel een slag om de arm gehouden worden daar de bevindingen van de Columbia Accident Investigation Board (CAIB) mogelijk nog technische wijzigingen aan het shuttlesysteem tot gevolg kunnen hebben. Mochten de benodigde verbeteringen zeer ingrijpend zijn, dan kan de hervatting van de vluchten volgend jaar pas plaatsvinden.

Het onderzoek van de CAIB richt zich nu voornamelijk op het plasma dat gedurende de terugkeer de linkervleugel van de Columbia is binnengedrongen. Zoals het er nu naar uitziet is dat plasma door een scheur of opening aan de aanzet van de vleugel met de romp gekomen. Wat deze scheur zou kunnen hebben veroorzaakt is nog niet geheel duidelijk, maar het lijkt erop dat de inslag van een stuk losgeraakt isolatiemateriaal van de externe tank tijdens de lancering op 16 januari hier een belangrijke factor in is geweest.

Kunstmanen en satellieten

Op 11 maart werd de tweede Delta-4 raket gelanceerd. In tegenstelling tot de eerste lancering werden er geen opduwraketten op vaste brandstof gebruikt, zodat de raket alleen uit de eerste en tweede trap bestond. Dit was voldoende om de eerste militaire lading van een Delta-4 te lanceren, namelijk een militaire communicatiesatelliet onder de naam DSCS-III A-3. Veertien minuten na de lancering kwamen de tweede trap en de kunstmaan in een parkeerbaan tussen 186 en 402 kilometer onder een hoek van 29,2 graden met het vlak van de evenaar. De motor van de tweede trap werd om 01:25 uur voor vier minuten ontstoken, en plaatste de lading in een geostationaire overgangsbaan tussen 234 en 35.780 kilometer met een inclinatie van 25,5 graden. Later, op 13 maart, gebruikte de kunstmaan haar eigen apogeummotor om de baan te circuleren op het hoogste punt. Daarna werd de lege apogeummotor afgeworpen. DSCS-III A-3 heeft een massa van 1244 kilogram en is gebouwd door GE/Valley Forge.

Het zonnestelsel in

Tijdens de laatste communicatiepoging op 7 februari is er geen antwoord meer van de Pioneer-10 ontvangen. De in 1972 gelanceerde sonde is momenteel 12,2 miljard kilometer van de zon verwijderd, en is een van de vier sondes die momenteel ons zonnestelsel verlaten hebben na een of meerdere van de grote planeten gepasseerd te hebben. Het laatste zwakke signaal werd op 22 januari van dit jaar opgevangen, maar was te zwak om nuttige gegevens omtrent de sonde of waarnemingen uit te halen. Het laatste stukje bruikbare telemetrie werd op 27 april 2002 ontvangen. Door de grote afstand tussen de aarde en de Pioneer doet het licht, en dus ook radiosignalen, er meer dan elf uur over om de aarde te bereiken. De thermonucleaire batterijen aan boord van de Pioneer leveren nu te weinig energie voor de communicatieantenne.
Pioneer-10 was oorspronkelijk ontworpen voor een missie van 21 maanden en passeerde in 1973 als eerste sonde de planeet Jupiter. In 1983 passeerde zij de baan van Neptunus en verliet daarmee het zonnestelsel. Tot 1997 zond de sonde nog periodiek waardevolle gegevens naar de aarde terwijl zij zich steeds verder van de zon verwijderde.

Recente lanceringen

Datum Tijd Satelliet Draagraket Lanceerplaats Opmerkingen IntNat. Nr.
25 Jan 20:13 SORCE Pegasus- XL Cape Canaveral Wetenschap 2003-004A
29 Jan 18:06 Navstar GPS 2R-8
XXS-10
Delta-2 Cape Canaveral Navigatie
Technologie
2003-005A
2003-005B
2 Feb 12:59 Progress M-47 Soyuz-U Baykonur Logistiek 2003-006A
15 Feb 07:00 Intelsat-907 Ariane-44L Kourou Communicatie 2003-007A
11 Mrt 00:59 DSCS-III A-3 Delta-4M Cape Canaveral Militair 2003-008A