Bericht uit de Ruimte

Bericht uit de ruimte – Nummer 12

Bericht uit de ruimte is een periodieke nieuwsbrief met een overzicht van het actuele ruimtevaartnieuws, en verschijnt ongeveer om de twee weken. De in de nieuwsbrief genoemde tijden zijn gegeven in GMT (Greenwich Mean Time).

Mensen in de ruimte

Het ISS wordt momenteel bewoond door de Rus Yuri Onufrienko en de Amerikanen Carl Walz en Daniel Bursch. Samen vormen ze de vierde expeditie die sinds december vorig jaar aan boord van het ruimtestation is.
Op 20 februari maakten Walz and Bursch een ruimtewandeling. Voor het eerst gedurende deze expeditie werd de Amerikaanse luchtsluismodule Quest gebruikt (de twee eerdere ruimtewandelingen vonden plaats vanuit de Russische Pirs). Beide ruimtewandelaars droegen dan ook Amerikaanse ruimtepakken. Gedurende de zes uur durende ruimtewandeling werden kabels en thermische dekens geïnstalleerd, dit ter voorbereiding van de installatie van het S0-Truss tijdens shuttle missie STS-110. Ook werd het functioneren van de luchtsluis getest, omdat tijdens de twee eerdere ruimtewandelingen vanuit Quest in juli 2001 enkele kleine probleempjes aan het licht waren gekomen. Maar met de vernieuwde procedures werkte alles goed en kan de luchtsluis gebruikt worden gedurende de volgende assemblagemissies.

Op 1 maart werd de oudste shuttle Columbia gelanceerd met zeven astronauten aan boord: commandant Scott Altman, piloot Duane Carey, en missie specialisten John Grunsfeld, Nancy Currie, Richard Linnehan, James Newman en Michael Massimino. Dit was de eerste shuttle vlucht in twee jaar die niets met het ISS programma te maken had. De astronauten zetten namelijk koers naar de Hubble ruimtetelescoop om deze aan een grote onderhoudsbeurt te onderwerpen. De Hubble werd in april 1990 in een baan om de aarde gebracht door de space shuttle Discovery. In 1993, 1997 en 1999 voerden shuttle bemanningen onderhoud en reparaties uit.
Kort nadat de Columbia in haar baan om de aarde was gekomen werd er een probleem ontdekt in het koelsysteem van de shuttle. Waarschijnlijk was er een verstopping ontstaan ergens in een van de radiatoren aan de binnenkant van de vrachtdeuren. Die radiatoren stralen de door apparatuur ontwikkelde warmte uit en voorkomen zo oververhitting. De verstopping had tot gevolg dat minder freon door de radiator stroomde en dat er dus minder warmte werd uitgestraald. Na een dag de situatie aangekeken te hebben en het probleem niet erger geworden was, besloot NASA dat de vlucht toch door kon gaan.
Twee dagen na de lancering vond de ontmoeting met de Hubble plaats. De Columbia vloog naast de ruimtetelescoop terwijl astronauten met de robotarm de Hubble vastpakten. Vervolgens werd de telescoop op een speciale tafel achter in het vrachtruim van de shuttle geplaatst en verankerd.
De eerste ruimtewandeling, er zouden er nog vier volgen, vond plaats op 4 maart. Ruimtewandelaars Grunsfeld en Linnehan maakte een ruimtelijk uitstapje van 7 uur en 1 minuut. Gedurende deze wandeling vervingen ze het zonnepaneel aan de stuurboordszijde van de Hubble. Het originele paneel was oprolbaar, terwijl het nieuwe uit twee panelen bestond die opengeklapt moesten worden. Het nieuwe paneel is stijver en men verwacht dat dit minder spanningen geeft als de Hubble in of uit de aardschaduw beweegt. Ook leveren de nieuwe panelen meer energie ook al zijn ze een derde kleiner. Het verwijderen van het oude paneel en de installatie van het nieuwe paneel verliep zonder problemen.
Een dag later gingen astronauten Newman en Massimino naar buiten. Tijdens hun 7 uur en 16 minuten durende ruimtewandeling vervingen ze het zonnepaneel aan de bakboordszijde van de Hubble en een van de gyroscopen. Ook werden nog enkele thermische dekens verwijderd zodat men tijdens latere ruimtewandelingen beter bij de apparatuur kan.
Op 6 maart vond de meest ingewikkelde ruimtewandeling gedurende deze shuttlevlucht plaats. Grunsfeld en Linnehan vervingen de Power Control Unit (PCU) van de Hubble. De PCU distribueert alle electriciteit afkomstig van de zonnepanelen naar de verschillende instrumenten. Toen in de jaren zeventig de Hubble ontworpen werd, lag het niet in de bedoeling de PCU tijdens een ruimtewandeling uit te wisselen. Maar in 1993 identifeerden technici een potentieel probleem in de PCU dat kon resulteren in het compleet falen van het electrische systeem, zodat de installatie van een nieuwe PCU noodzakelijk werd. Voor het uitwisselen van de PCU moest de Hubble voor het eerst in twaalf jaar helemaal uitgeschakeld worden. Vervolgens begonnen de ruimtewandelaars met het een voor een losschroeven van 36 electrische connectoren; een taak die niet makkelijker gemaakt werd door de dikke handschoenen van de ruimtepakken en de zeer geringe werkruimte om de PCU heen. De oude PCU kon zonder problemen verwijderd worden, waarna de nieuwe PCU in de plaats van de oude kwam. De 36 connectoren werden weer een voor een vastgeschroefd. Een spannend moment brak aan toen de Hubble weer aangezet werd, maar een eerste test liet zien dat de nieuwe PCU naar behoren werkte. Na een ruimtewandeling van 6 uur en 48 minuten zat het karwei erop en konden Grunsfeld en Linnehan weer naar binnen gaan.
De volgende dag was het weer de beurt aan Newman en Massimino die een ruimtewandeling van 7 uur en 30 minuten maakten. Gedurende dit uitstapje plaatste het tweetal de Advanced Camera for Surveys in de ruimtetelescoop. De nieuwe camera is vijf maal gevoeliger en levert een twee maal zo hoge resolutie als eerdere instrumenten in de telescoop.
De laatste ruimtewandeling vond plaats op 8 maart en werd uitgevoerd door Grunsfeld en Linnehan. Nu installeerden ze een nieuw koelsysteem voor de infraroodcamera van de Hubble. Het originele koelsysteem was defect geraakt in 1995 waardoor waarnemingen in het infrarode gebied van het spectrum onmogelijk werden. Ook deze ruimtewandeling werd zonder noemenswaardige problemen afgesloten.
De vlucht van de Columbia zat er nu bijna op. Op zaterdag 9 maart werd om 10:04 uur GMT de Hubble weer uitgezet in zijn baan. De Columbia vloog vervolgens een ‘inspectierondje’ om de ruimtetelescoop en verwijderde zich vervolgens tot op een veilige afstand. De landing van de Columbia staat op het moment van schrijven gepland voor dinsdag 12 maart om 9:30 uur GMT.

Op 4 april zal de shuttle Atlantis gelanceerd worden voor missie STS-110. Gedurende deze elfdaagse vlucht zal de S0-Truss (het centrale deel van de grote balk voor de zonnepanelen) met de Mobile Transporter aan het ISS bevestigd worden. De zeven astronauten aan boord van de shuttle zullen het eerste bezoek zijn voor de Expeditie-4 die nu aan boord van het station is.

Op 20 februari was het precies veertig jaar geleden dat John Glenn als eerste Amerikaan een drietal rondjes rond de aarde draaide. Zijn ruimtevlucht in de Mercury-Atlas 6 duurde 4 uur en 55 minuten. Een jaar eerder hadden twee van zijn collega’s al ruimtesprongen tot 180 kilometer hoogte gemaakt, maar de vlucht van Glenn wordt algemeen beschouwd als de eerste echte bemande ruimtevlucht van een Amerikaan.

Kunstmanen en satellieten

De tweede Atlas-3 raket werd gelanceerd vanaf Cape Canaveral in Florida op 21 februari. In tegenstelling tot de eerste lancering van een Atlas-3 in mei 2000, beschikte deze raket over een verlengde Centaur trap, waardoor de raket de aanduiding ‘Atlas-3B’ kreeg om hem te onderscheiden van zijn voorganger. De Centaur wordt al meer dan dertig jaar gebruikt als bovenste trap van diverse modellen Atlas en Titan raketten. Beide raketfamilies worden gebouwd door Lockheed Martin.
De Centaur van de Atlas-3B is 1,65 meter langer dan zijn voorganger en kan dus meer brandstof meenemen. Hierdoor is de Atlas-3B in staat ongeveer 450 kilogram meer lading in de ruimte te brengen. Deze nieuwe ‘Common Centaur’ zal ook gebruikt worden op alle versies van de nieuwe Atlas-5 raket, die in mei voor het eerst zal vliegen. Lockheed Martin meldde dat met de succesvolle vlucht van de Atlas-3B 85 procent van alle onderdelen van de Atlas-5 getest zijn gedurende een echte lancering. Zo gebruikt de Atlas-5 ook dezelfde motoren in de eerste trap als de Atlas-3, namelijk de Russische RD-180.
Bij deze lancering was een commerciële lading aan boord, namelijk de communicatie satelliet Echostar-7. Deze door Lockheed Martin gebouwde satelliet, met een massa van bijna vier ton, werd in een geostationaire baan boven de evenaar op 119 graden Westerlengte geplaatst. Echostar-7 zal pay-TV uitzendingen gaan verzorgen voor abonnees van het Dish Network in de Verenigde Staten.

Op 23 februari bracht een Ariane-4 raket de communicatiesatelliet Intelsat-904 in de ruimte. Hiervoor werd de Ariane-44L versie van de raket gebruikt, met vier opduwers op vloeibare brandstof die aan de eerste trap zijn bevestigd. De lancering vond plaats om 06:59 uur GMT vanaf de Europese lanceerbasis bij Kourou in Frans-Guyana. Intelsat-904 werd door de raket in een geostationaire overgangsbaan geplaatst. Later gebruikte de satelliet haar eigen apogee-motor om de geostationaire positie boven de evenaar op 60 graden Oosterlengte te bereiken. Intelsat-904 woog iets meer dan viereneenhalve ton bij lancering, waarvan de helft brandstof voor de apogee-motor en het standregelingssysteem. De satelliet is gebouwd door Space Systems/Loral en de zonnepanelen hebben in volledige ontplooide toestand een spanwijdte van meer dan dertig meter. C-band en Ku-band transponders zorgen voor communicatie zoals internet, televisie, telefoon en netwerkverbindingen.

Rusland lanceerde een militaire satelliet, onder de naam Kosmos-2387, op 25 februari met een Soyuz-U raket vanaf de basis Plesetsk in Noord-Rusland. Kosmos-2387 is een spionage satelliet gebouwd door TsSKB-Progress in Samara. Aan boord zijn twee kleine film capsules en een grote landingsmodule waarmee de film naar de aarde getransporteerd kan worden. De vorige missie van dit type, Kosmos-2377, vloog van mei tot oktober 2001.

Arianespace boekte weer een succes met de geslaagde lancering van de eerste Ariane-5 nadat in juli 2001 een Ariane-5 twee satellieten in een te lage baan afleverde. Nu ging alles goed en bracht de raket haar lading, de Europese aardobservatie satelliet Envisat, in een polaire baan op 780 kilometer boven het aardoppervlak.
Het Envisat project begon oorspronkelijk als een onbemand polair platform dat gelanceerd zou worden als onderdeel van het Amerikaanse ruimtestation Freedom. Toen begin jaren negentig Freedom evolueerde naar het huidige ISS, besloot Amerika het polaire platform te schrappen. Europa ging vervolgens op eigen houtje door en ontwikkelde de Envisat satelliet, met 2,1 miljard Euro de duurste satelliet ooit gebouwd in Europa. Envisat gebruikt een nieuwe modulaire structuur, ontwikkeld door Matra Marconi Space/Bristol, terwijl Astrium (Dornier) de hoofdaannemer was. De satelliet heeft een massa van 7911 kilogram en heeft 300 kilogram hydrazine aan boord voor baancorrecties.
De ASAR radar antenne is 1,3 bij 10 meter groot. Envisat heeft ook atmosferische radiometers en spectrometers en een radar hoogtemeter aan boord. Met deze apparatuur hopen wetenschappers de samenstelling van atmosfeer en bodem van de aarde, alsmede de invloed van het menselijk handelen daarop, vast te kunnen stellen.

Op 8 maart werd een Tracking and Data Relay Satellite (TDRS) gelanceerd voor NASA. De lancering vond plaats met een Atlas-2AS raket van Lockheed Martin vanaf de lanceerbasis Cape Canaveral in Florida. Dertig minuten na de lancering werd de TDRS-I satelliet in een geostationaire overgangsbaan geplaatst. Verwacht wordt dat na tien dagen de satelliet haar geostationaire positie op 150 graden Westerlengte bereikt. NASA gebruikt de TDRS voor de communicatie tussen shuttles, het ruimtestation en diverse wetenschappelijke satellieten in een baan om de aarde.

Het zonnestelsel in

De Mars Odyssee bevindt zich nu in haar operationele observatiebaan om de rode planeet op 400 kilometer hoogte. Wetenschappers van NASA maakten op 1 maart bekend dat de sonde significante hoeveelheden water heeft aangetroffen rondom de zuidpool van de planeet. Het water zou als permafrost op ongeveer een meter diepte in de bodem zitten.

Op vrijdag 1 maart stuurden wetenschappers van het Jet Propulsion Laboratory een signaal naar de Pioneer-10 sonde, die toen 11.9 miljard kilometer van de aarde verwijderd was. Tweeëntwintig uur later werd met de 70-meter radioantenne nabij Madrid, Spanje, een zwak antwoord van de Pioneer-10 opgevangen.
Pioneer-10 werd op 2 maart 1972 gelanceerd en vloog als eerste sonde door de astroïdengordel en langs Jupiter. Na de passage van de grootste planeet van ons zonnestelsel vloog de Pioneer-10 steeds verder van de zon af, richting de sterren. In 1983 passeerde ze de baan van Neptunus, en verliet als eerste ruimtevaartuig het zonnestelsel.
NASA verloor het contact met de Pioneer-10 in augustus 2000, maar slaagde er in april en juli vorig jaar nog in met de oude sonde te communiceren. Met het in 1973 gelanceerde zusterschip Pioneer-11, die langs Jupiter en Saturnus vloog, is al sinds 1995 geen contact meer geweest. Nog twee andere ruimtesondes zijn op weg naar de sterren, de in 1977 gelanceerde Voyager 1 en 2. Voyager 1 is momenteel het verst van de zon verwijderd op 12,5 miljard kilometer.

Recente lanceringen

Datum Tijd Satelliet Draagraket Lanceerplaats Opmerkingen IntNat. Nr.
16 Jan 00:30 Milstar-5 Titan-4B Cape Canaveral Militair 2002-001A
24 Jan 23:47 Insat-3C Ariane-42L Kourou Communicatie 2002-002A
4 Feb 02:45 MDS-1
DASH
VEP-3
H-2A Tanegashima Technologie
Technologie
Technologie
2002-003A
2002-003B
2002-003C
5 Feb 20:58 HESSI Pegasus-XL Cape Canaveral Astronomie 2002-004A
11 Feb 17:43 Iridium
Iridium
Iridium
Iridium
Iridium
Delta-2 Vandenberg Communicatie
Communicatie
Communicatie
Communicatie
Communicatie
2002-005A
2002-005B
2002-005C
2002-005D
2002-005E
21 Feb 12:43 Echostar-7 Atlas-3B Cape Canaveral Communicatie 2002-006A
23 Feb 06:59 Intelsat-904 Ariane-44L Kourou Communicatie 2002-007A
25 Feb 17:26 Kosmos-2387 Soyuz-U Plesetsk Militair 2002-008A
1 Mrt 01:08 Envisat Ariane-5G Kourou Aardobservatie 2002-009A
1 Mrt 11:22 Columbia STS-109 Shuttle KSC Ruimteveer 2002-010A
8 Mrt 23:59 TDRS-I Atlas-2AS Cape Canaveral Communicatie 2002-011A